vrijdag, september 29, 2006

A-2

Ik ben aan het eind van de jaren zeventig naar Amsterdam verhuisd. Sindsdien heb ik periodes dat ik me onderdompel in liedjes over loeende klokken, bronsgroen eikenhout, Limburg Mie Landj, Wie Sjoeen os Limburg is en odes aan Mestreech, Heele, Zitterd. Maar als Limburger in Amsterdam luister ik met extra belangstelling naar die Limburgse liedjes die over de grens van Limburg kijken en een vergelijking maken tussen Amsterdam en Limburg. Ge Reinders doet dat zo af en toe, als hij in A-2 de reis beschrijft die hem terugvoert naar zijn veilige thuis in Limburg, en zeker als hij in Amsterdam het plezier bezingt dat hij heeft als hij in een Amsterdamse kroeg Limburgers tegenkomt.

Amsterdam is een liedje in de traditie van Harry Bordon. Bordon verliet in de jaren vijftig Limburg en vestigde zich voorgoed in Amsterdam. Sindsdien heeft hij verschillende liedjes geschreven over Limburg, en ook een enkele keer over de verschillen tussen Amsterdam en Limburg. Prachtige nummers, waaruit een vaag gevoel van heimwee spreekt, maar nooit spijt over zijn verhuizing. Sjei Oet is zo'n nummer, en Daar waar een zoen een muulke is, het enige nummer van Bordon dat niet in het Limburgs is gezongen, afgezien van een liedje over Ajax.

donderdag, september 28, 2006

Sjoenkel rules

Ik spaar Limburgse muziek. Als ik in Limburg zou wonen, zou ik zeggen dat ik van Limburgse muziek houd. Maar ik woon in Amsterdam, en dus spaar ik Limburgse muziek. Of ik ben erin geinteresseerd. Hoe dan ook. Jo Erens, Carboon, Rowwen Heze, Ge Reinders, Sjeng Kraft en Beppy, Johnny Blenco, ik geniet ervan.
En als je bezig bent, gaat het vanzelf verder. Zo heb ik Arno Adams leren kennen, en Lex Nelissen en Ton Engels. Maar ook Schintaler en Neet oet Lottum. En zelfs Pikkatrillaz. Old school hip hop uit Maastricht.
Wat is de gemeenschappelijke noemer? Het Limburgs dialect? Ja, maar niet alleen. Het is de Sjoenkel. Sjoenkel is voor Limburg wat funk is voor de zwarte VS, en de samba voor Brazilie. Sjoenkel is de luiste dans ter wereld.
Je gaat aan tafel zitten met een grote pul bier voor je, je haakt de armen in die van de mensen naast je en je beweegt met z'n allen van links naar rechts. Er zit nauwelijks iets in van wat dansen leuk maakt. Geen erotiek, geen lichamelijk contact, geen fysieke inspanning, nee, alleen maar waggelen.
En juist daarom is het zo bijzonder dat sjoenkel door alle Limburgers, jong of oud, rijk of arm, zonder voorbehoud wordt omarmd. En zonder onderscheid. Dus zowel singer-songwriters, carnavalszangeressen, popbandjes en dansorkesten.
Dat is on-Hollands. Het is zelfs niet-westers. Het doet me denken aan Afrika, of Latijns-Amerika. Wat nou low culture en high culture!
Binnenkort zal ik er in detail op ingaan, met close-listening van speciale nummers. Onthou tot dan: sjoenkel rules!

dinsdag, september 26, 2006

't Kapelke van Carolus Houben

Laatst ben ik op bedevaart geweest naar het kapelke van Carolus Houben, in Munstergeleen.
Niet omdat ik een ziekte had waar deze legendarische Limburgse priester mij van moest genezen, of een diploma dat hij me moest helpen halen.... Nee, om met eigen ogen de plek te zien waar Marieke ooit bad voor een vrijer, en snel een beetje. Volgens zanger Harry Bordon dan.
Harry Bordon beschrijft in dit muzikale pareltje uit de jaren vijftig de pogingen die Marieke doet om aan de man te komen. Elke zondag knielt ze zich de knieen blauw, maar het helpt niet. Tot ze uiteindelijk een oudere, dikke man aan de haak slaat, die bovendien over geld beschikt. Dan gaat ze nog een maal naar het kapelke van Carolus Houben in Munstergeleen, ergens aan een beek, en bedankt de inmiddels zaligverklaarde pater.
Of Marieke echt bestaan heeft kon ik bij mijn bezoek niet meer controleren, maar de rest van het lied was tot in detail authentiek. Munstergeleen is er, de Geleenbeek is er en alle getuigenissen bewijzen dat er druk gebeden werd en wordt tot deze Pater Karel.
PS Het kapelke van Carolus Houben is trouwens niet het kapelletje uit dat andere beroemde Bordon-nummer 't Kapelke. Dat kapelletje, 't kapelke van Genue, waar zijn moeder hem geleerd heeft om te leven, ligt in Venlo, de geboorteplaats van Harry Bordon.

maandag, september 25, 2006

Wiel Knipa

Ik kom uit Heerlen. Het oudste carnavalslied dat ik ken is D’r Lange Jan. Een lied over een van de twee koeltorens die de skyline van Heerlen bepaalden. Het werd gezongen door een zanger met de onwaarschijnlijke naam Wiel Knipa. De kampioen van het actuele lied. De zanger van muzikale nieuwsberichten.
Maar naast nummers over astronauten en schoorsteenpijpen heeft hij ook een lied gemaakt over Heerlen. Een uiterst strijdbaar nummer met de titel Wen inne get van Heele zeet en de strekking Als iemand iets heeft aan te merken op Heerlen, dan krijgt ie het met mij aan de stok. Prachtig toch?

Fuck, inne tractor

Wie wel eens met auto van Venlo naar Maastricht is gereden kent de Napoleonsbaan. En wie daar nooit heeft gereden kent vast wel een andere tweebaans rijksweg. Zo'n niet te vermijden plattelandsweg met bomen aan weerskanten en om de zoveel kilometer een woonkern. De heren van Neet oet Lottum kennen de Napoleonsbaan als hun broekzak. Dat, en het feit dat deze groep uit Venlo de origineelste band na Rowwen Heze is, leidde tot het grappigste plattelandsliedje ooit gemaakt.
Vanaf de eerste zin, Fuck, inne tractor, tot aan het hilarische citaat uit Radar Love schets het een gedetailleerd beeld van iemand die zich kilometers lang zit te verbijten achter een tractor die met 50 kilometer per uur over de Napoleonsbaan kruipt.
Napolionsbaan is niet het enige prachtnummer van Neet Oet Lottum. Tussen een enkele al te gemakkelijke Rowwen Heze-imitatie bevinden zich bijvoorbeeld Peterke, en Druime, en Donderdaag.